Croque met kervel-bechamel

Als je in Frankrijk een croque monsieur bestelt, krijg je daar vaak een versie voorgeschoteld met bechamelsaus, wat een heerlijk smeuïg effect geeft. Mijn versie van deze rijkelijke croque met een kazige bechamelsaus wordt opgefrist door kappertjes en kervel. Deze croque is overheerlijk, echt, maar ook een bommetje. Met 1 stuk per persoon heb je zeker voldoende. Serveer met een frisse groene salade met een zure dressing voor het perfecte late ontbijt.

Maak eerst de bechamel. Smelt hiervoor in een kleine kookpot de boter en laat bruisen. Voeg er de bloem bij en roer deze met een garde. Laat een minuut of twee bakken terwijl je af en toe roert tot je een koekjesgeur ruikt. Voeg nu de helft van de melk erbij en roer tot je een dikke saus krijgt, voeg de rest erbij en laat ook indikken. Laat een minuut of twee doorkoken (je krijgt dikke bellen) terwijl je blijft roeren. Proef van de saus en kruid bij met peper en zout. Doe nu handje per handje de geraspte kaas onder de bechamel en roer tot ze is gesmolten. Roer ook de eierdooier eronder, en roer tot die is opgenomen. Meng er ten slotte de gehakte kervel en kappertjes onder. Proef en kruid bij indien nodig.

Beleg nu de croques met een plak ham en een stevige laag bechamel. Laat wat boter smelten in de pan en bak de croques aan beide kanten goudbruin. Serveer meteen.

Voor 6 croques
  • 25 g boter
  • 50 g bloem
  • 500 ml melk
  • 150 g pittige kaas zoals Comté of Appenzeller, geraspt
  • 150 g milde kaas zoals gruyère, geraspt
  • 1 eierdooier
  • 1 bussel kervel, fijn gehakt
  • 30 g kappertjes op azijn, uitgelekt en grof gehakt
  • 12 dikke sneden (zuurdesem)brood
  • 6 plakken gekookte ham
    boter om in te bakken